zingen zingen Verb

English
sing
한국어
노래하다

Example

  • Ze houdt ervan om elke zondag in het kerkkoor te [zingen] ([voordragen] / [ten gehore brengen] / [ten gehore leggen]).
  • She loves to sing in the church choir every Sunday.
  • Dit benadrukt de vaste, wekelijkse traditie.