aanvullen [ɑnˈvʏlən] Werkwoord

English
complement
Nederlands
aanvullen

Example

  • De uitstekende menukaart wordt **voltooid** (aanvullen / bijdragen aan / perfect passen bij) door een goede wijnkaart.
  • The excellent menu is complemented by a good wine list.
  • Hier ligt de nadruk op de perfecte match tussen wijn en eten.