beneden beneden Adverb

English
downstairs
Nederlands
beneden

Example

  • Ik kon niet slapen, dus *ging* ik naar beneden (ging / daalde af / begaf mij) en keek tv.
  • I couldn't sleep, so I went downstairs and watched TV.
  • Hier wordt 'naar beneden gaan' gebruikt om de beweging te benadrukken.