benoemen benoemen Verb

English
appoint
Nederlands
benoemen

Example

  • De Raad van Bestuur **benoemt** (aanstellen / aanwijzen / in functie stellen) een nieuwe directeur op mijn zoon's school.
  • They have appointed a new head teacher at my son's school.
  • Dit is de meest formele en correcte optie voor een schoolhoofd.