gebeurtenis [ɣəˈbeːtəˌnɪs] Noun
- English
- event
- Nederlands
- gebeurtenis
Example
- De Olympische Spelen **vormen** (creëren / organiseren / bewerkstelligen) een wereldwijde sportieve gebeurtenis.
- The Olympic Games is a global sporting event.
- Hier is 'evenement' ook mogelijk, maar 'gebeurtenis' is breder.