landbouw landbouw Noun

English
farming
Nederlands
landbouw

Example

  • Ze is opgegroeid op een melkveebedrijf en houdt van het boerenwerk (landbouw / verbouwen / akkerbouw) op het land.
  • She grew up on a dairy farm and loves farming.
  • Hier is 'boerenwerk' warmer dan het formele 'landbouw'.