angst Angst Noun
- English
- scare
- Nederlands
- angst
Example
- De onverwachte sirene veroorzaakte een flinke **schrik** (verstijving / bevreemding / ontsteltenis) in de buurt.
- The bomb scare caused the building to be evacuated.
- Hier is 'schrik' de perfecte, nuchtere vertaling voor een plotselinge gebeurtenis.