terugtrekken terugtrekken Verb

English
withdraw
Nederlands
terugtrekken

Example

  • Ik moet morgen €200 **terugtrekken** ([terugtrekken] / [opnemen] / [afhalen]) bij de bank.
  • I need to withdraw some cash before we go to the market.
  • Hier is 'opnemen' de meest gangbare term voor geld.