vijandigheid vijandigheid Noun

English
animosity
Nederlands
vijandigheid

Example

  • De [vijandigheid / wrok / frictie] tussen de twee rivaliserende CEO's was voelbaar tijdens de persconferentie.
  • There was clear animosity between the two rival political candidates.
  • Hier is 'vijandigheid' de meest neutrale, sterke vertaling.