zich schamen zich schamen Adjective
- English
- ashamed
- Nederlands
- zich schamen
Example
- Ze **schaamde zich diep** voor [zich schamen / zich generen / zich schamen dood] dat ze te laat was voor de sollicitatie.
- She was deeply ashamed of her behavior at the party.
- Hier is 'zich schamen' het meest natuurlijk en actief.