afgevaardigde [deːleˈɣaːtsi] Noun
- English
- delegate
- Polski
- przedstawiciel
Example
- De [Afgevaardigde] stemde tegen het nieuwe voorstel. (De [afgevaardigde] / [gevolmachtigde] / [gezant])
- The union delegates voted to accept the new contract.
- Dit is de meest neutrale en gebruikelijke term voor een vertegenwoordiger.