samenvallen [za.mənˈvɑ.lən] Verb
- English
- coincide
- Polski
- pokrywać się
Example
- Onze vakanties **samenvallen** met (afstemmen / overeenkomen / gelijktijdig lopen) dit jaar.
- Our vacations coincide this year.
- Dit is de meest natuurlijke, warme manier om het te zeggen.