versnellen [vərˈsnɛlə(n)] Verb

English
accelerate
Polski
przyspieszać

Example

  • De nieuwe software zal ons werk **versnellen** (**opvoeren** / **aanzwengelen** / **tempo maken**) door de workflow te stroomlijnen.
  • The new software will accelerate the workflow.
  • Zeer gangbaar in IT en projectmanagement.