geven geven Verb
- English
- give
- Português
- dar
Example
- Geef de brief aan je moeder wanneer je hem gelezen hebt. (Aanreiken / Overhandigen / Reiken) — van: Give the letter to your mother when you've read it.
- Give the letter to your mother when you've read it.
- Hier is 'geven' de meest neutrale keuze voor fysieke overdracht.