metgezel Metgezel Metgezel
- English
- companion
- Português
- companheiro(a)
Example
- Zij is een wonderlijke [metgezel] ([trouwe reisgenoot] / [steunpilaar] / [partner]) voor lange wandelingen.
- She is a wonderful companion for long walks.
- Benadrukt de duurzaamheid van de band.