aanwezigheid aanwezigheid Noun

English
presence
ไทย
การปรากฏตัว

Example

  • Hij leek mijn **aanwezigheid** [uitstraling / aura / schijn] nauwelijks op te merken.
  • He hardly seemed to notice my presence.
  • Hier is 'aanwezigheid' functioneel, maar 'uitstraling' zou de emotionele lading van 'presence' beter dekken.