binnen binnen Bijvoeglijk naamwoord (vaak als voorvoegsel)

English
indoor
ไทย
ในร่ม

Example

  • We hebben een **binnen**ruimte nodig (binnen / binnenshuis / interieur-) voor het feest.
  • We need an indoor space for the party.
  • Hier is 'binnen' het meest neutraal en gangbaar.