doorgaans doorgaans Adverb
- English
- normally
- ไทย
- ตามปกติ
Example
- Doorgaans neem ik de fiets, maar vandaag regent het. (meestal / gewoonlijk / normaal gesproken)
- I would never normally discuss this with a stranger.
- 'Doorgaans' benadrukt de gewoonte van de actie.