handelaar Handelaar Noun
- English
- merchant
- ไทย
- ผู้ค้า
Example
- De **handelaar** (koopman / zakenman / ondernemer) *selecteerde* zorgvuldig de zeldzame wijnen.
- The wine merchant curated a selection of rare vintages.
- 'Handelaar' klinkt hier neutraal en professioneel.