heer Heer Noun

English
gentleman
ไทย
สุภาพบุรุษ

Example

  • De **nette kerel** ([beleefde man] / [hoffelijke vent] / [goede gast]) die de deur voor haar openhield, was een toonbeeld van hoffelijkheid.
  • You acted like a true gentleman.
  • Hier is 'nette kerel' veel natuurlijker dan 'Heer'.