huisdier huisdier Noun
- English
- pet
- ไทย
- สัตว์เลี้ยง
Example
- Veel mensen vinden troost in het hebben van een [huisdier] ([gezelschapsdier] / [beestje] / [kleine vriend]).
- Many people find comfort in having a pet.
- De warmte zit in de context, niet alleen in het woord.