op leeftijd op leeftijd Bijvoeglijk naamwoord
- English
- aged
- ไทย
- เก่าแก่
Example
- De deelnemers aan het onderzoek waren **op leeftijd** zijnde tussen de 40 en 60 jaar. (De deelnemers aan het onderzoek waren **ervaren** / **ouder** / **op leeftijd** zijnde tussen de 40 en 60 jaar.)
- The study included patients aged 40 to 60.
- Zeer verzorgde, neutrale formulering.