trots trots Adjective
- English
- proud
- ไทย
- ภูมิใจ
Example
- INLINE SYNONYMY: Ik ben enorm **trots** op ([voldoening] / [tevreden] / [geëerd]) op de academische successen van mijn dochter.
- She is very proud of her daughter's academic success.
- Dit is de meest neutrale en warme manier om het uit te drukken.