vertrouwen vertrouwen Noun
- English
- confidence
- ไทย
- ความมั่นใจ
Example
- De cijfers geven weinig **vertrouwen** (zekerheid / geloof / overtuiging) in een snelle ommekeer.
- The president's actions hardly inspire confidence.
- Hier is 'vertrouwen' de meest neutrale en gangbare keuze.