disruptie [dɪsˈrʏp.si] Noun
- English
- disruption
- Українська
- Прорив / Злам
Example
- De staking veroorzaakte aanzienlijke [Disruptie] in het openbaar vervoer.
- The strike caused significant disruption to public transport.
- Hier is 'ontwrichting' een sterker, meer Nederlands alternatief.