relatief [re.la.'tif] Adjectief

English
relative
Українська
родич / відносний

Example

  • De **relatieve** waarde [afgewogen / contextuele / vergelijkende] van de twee voorstellen werd besproken.
  • The relative merits of the two plans were debated.
  • Hier wordt de afweging tussen twee opties benadrukt.