gelukkig Gelukkig Adjective
- English
- fortunate
- 中文
- 幸运
Example
- Wij waren **gelukkig** (begunstigd / het lot was ons gunstig gezind / een zegen) dat we een zitplaats vonden in de overvolle trein.
- We were fortunate to find a seat on the crowded train.
- Hier is 'gelukkig' de meest natuurlijke keuze, hoewel het ook 'blij' kan betekenen.